Archief voor maart, 2008

Don Kyoto

Don Kyoto

Geweldig gevonden toch? Met die heel eenvoudige titel weet Dimitri Leue in een klap duidelijk te maken wat hij met dit boek en deze theatervoorstelling beoogt. Als een beetje een dwaze en wat naïeve groene ridder wil hij langs theaterzalen dolen om ten strijde te trekken tegen de teloorgang van ons milieu. Wellicht heeft hij volkomen gelijk dat de oplossing enkel gevonden wordt als we de zaken naïef bekijken. Misschien moeten we echt durven de simpelste vragen te stellen om het antwoord te vinden.

Leue gaat in deze monoloog op zoek naar de oplossing, of misschien beter naar mogelijke oplossingen voor dit obstakel voor de toekomst. Want er bestaat geen mirakeloplossing. Daarvoor is het milieu een veel te complexe zaak. Enkel veel antwoorden, veel acties, veel technologische vernieuwing en veel wijzigingen in levenswijze zullen een verandering teweeg brengen. Het verschil moeten we zelf maken, met zijn allen. De verandering begint bij u en ik. We mogen niet zomaar afwachten tot iemand met de oplossing komt aandragen. De machthebbers zullen het niet doen want ze hebben er geen onmiddellijk profijt van. We zullen dus moeten beginnen met vegen voor eigen deur. Op die manier kunnen we meteen een verschil maken. En al is dat een druppel op een hete plaat, het zal ons alvast een beter gevoel geven. Veel kleintjes maken nog altijd een groot verschil.

In die zin geeft Dimitri Leue alvast het goede voorbeeld. Niet alleen zal hij tijdens de voorstelling zelf de energie leveren door op zijn bakfiets te trappen om zo het podium te verlichten. Hij zal ook per fiets van zaal naar zaal rijden en op die manier de CO2 uitstoot van deze theatertournee beperken tot de CO2 die hij met zijn eigen lijf produceert. Daarmee geeft hij die andere milieuheld Al Gore meteen het nakijken. Als Leue dat kan, kunnen jij en ik het ook. Dus als je gaat kijken, neem dan ook de fiets of ga te voet. Enkel zo zal er werkelijk iets veranderen.

Advertenties

Hetze tegen biobrandstof

Koolzaad

De vorige jaren werd biobrandstof bejubeld als de redder van onze brandstoffenverslaving. De laatste tijd worden we om de oren geklopt dat biomassa heel slecht zou zijn. De uitleg die daarbij gegeven wordt klinkt niet onredelijk. Door steeds meer landbouwgrond op te offeren brengen we de voedselvoorziening in gevaar. Door de grote vraag naar biobrandstoffen worden ook steeds meer bossen gekapt. En dat kan inderdaad niet de bedoeling zijn. Maar deze stellingen verdienen toch enige nuance.

De kritiek gaat hier vooral over ‘foute’ gewassen zoals palm- of sojaolie, suikerriet en maïs die in ontwikkelingslanden tegen hongerlonen worden verbouwd en vooral profijt leveren aan ons, ‘ontwikkelde’ landen. Zeggen dat biobrandstof bijgevolg de foute aanpak is, gaat dan weer veel te ver. Gewassen als koolzaad en suikerbiet kunnen in ons land makkelijk verbouwd worden op landbouwgronden die stilaan verdwijnen. Daarmee bieden we werkgelegenheid en zorgen we voor de nodige groene ruimte in ons grauwer wordende landje. De gewassen hoeven geen grote afstanden af te leggen voor ze kunnen gebruikt worden. Daarmee leveren ze ook op dat vlak een meerwaarde. Koolzaad is behalve een energiegewas een perfect veevoeder en zorgt voor extra stikstof in de bodem. Dat betekent nadien minder meststoffen en een hogere opbrengst. Zelfs het stro kan achteraf nog gebruikt worden.

Laten we dus ophouden met naar de verkeerde biobrandstoffen te kijken. Er moet dringend werk gemaakt worden van een doorbraak van biobrandstoffen op de Belgische markt. Dan zal ik eindelijk eens met een minder naar gevoel kunnen gaan tanken.

Claus of Clarke

Hugo Claus Arthur C. Clarke

Woensdagmorgen hoorde ik het droevige nieuws dat Arthur C. Clarke, schrijver van het meesterwerk 2001, a space odyssey, overleden is. Normaal gezien is het heengaan van zo’n beroemd schrijver een goede aanleiding voor kranten om over de man een uitgebreid overzicht van leven en werk te brengen. Jammer genoeg heeft net diezelfde dag Hugo Claus besloten om een punt achter zijn bestaan te zetten. Dan moeten de Vlaamse kranten jammer genoeg heel wat ruimte maken om over Claus te vertellen en veel reacties van bv’s en literaire mensen mee te geven. Gelukkig is er nog de Wetenschappelijke bijlage van De Standaard, daarin geeft Steven Stroeykens in een leuk overzicht van de voorspellingen van Arthur C. Clarke een mooi eerbetoon aan de man.

Van Claus heb ik nooit wat gelezen. Van de mensen die ik ken en dat wel probeerden (of moesten), heb ik nog geen positieve ervaringen gehoord. Ik heb nooit een hoge dunk gehad van onze Vlaamse schrijvers. Vraag me niet waarom. Ik heb altijd liever Engelstalige boeken gelezen. Misschien omdat die taal rijker is? Of is het omdat het me dan niet stoort dat de schrijver een niet alledaagse taal gebruikt en de dingen moeilijker uitdrukt dan nodig is. Te veel Vlaamse schrijvers vinden zichzelf echte taalmensen, die van onze taal houden en die taal als het ware koesteren. Daardoor vergeten ze soms gewoon te schrijven.

Als ik dan boeken van Clarke lees, verrast het me dat ik de wetenschappelijke uitleg daarin wel begrijp, terwijl het niet eens mijn moedertaal is. Dat geeft toch te denken over zijn capaciteit om in eenvoudige taal complexe dingen te vertellen. De man schreef en vertelde graag in eenvoudige taal over wetenschap. En dat spreekt me gewoon meer aan dan die hoogdravende literaire uitspattingen van mijn taalgenoten.

Mijn favoriete boek van Clarke is veruit Dolphin Island. Daarin geeft hij een heel eigen visie op de toekomst met een avontuur waarin een jongen als schipbreukeling in contact komt met Kazan, een professor die kan communiceren met dolfijnen. Sciencefiction dus op zee, met heel gewone mensen en heel wat interessante weetjes over dolfijnen. Dat boek heb ik als jongen met ontzettend veel plezier gelezen.

Als ik nu zou moeten kiezen tussen eindelijk eens wat van Claus te lezen, of weer een boek van Clarke op te pakken, dan weet ik het wel.

Vaarwel Claus,

Goodbye Clarke…

Eco Media Player

Een tijdje geleden geleden haalde uitvinder Trevor Baylis het nieuws met zijn opwindbare mp3 speler. In principe kan je het een beetje beschouwen als een update van zijn vorige uitvinding, de opwindbare radio die vooral in Afrika enorm populair werd.

Eco Media Player

Met de huidige energiebewuste maar tegelijk veeleisende consument in gedachte, bedacht de man deze Eco Media Player, die je eenvoudig kan opwinden om hem op te laden. Uiteraard is het apparaat voorzien van de nodige extra’s:

  • muziekspeler
  • videospeler
  • foto-viewer (1,8 inch TFT scherm)
  • fm-radio
  • dictafoon
  • hi-fi recorder
  • gsm-oplader
  • poort voor SD geheugenkaart
  • 2 GB ingebouwd geheugen
  • LED zaklamp

Nog meer weten? www.ecomediaplayer.com

In de kranten en op enkele websites werd toen een prijs vermeld van 160 euro. Voor een groen getinte mediaspeler met al die snufjes is dat niet overdreven. Ondertussen ben ik nog altijd op zoek naar een winkel die ze tegen die prijs wil verkopen…

Arcade Fire

Een tijdje geleden hebben we deze maffe groep uit Canada ontdekt via ouders van de school. Het is toch vreemd dat we nu al op de hoogte moeten blijven via de kinderen. Voor anderen wellicht al lang oude bekenden, voor ons een recente ontdekking, die gasten van Arcade Fire. Ik betrap me er telkens op dat ik met hun nummers in mijn hoofd rondloop. Dat gebeurt de laatste jaren toch wat minder dan vroeger. Een groep die na enkele beluisteringen steeds interessanter wordt.

Arcade Fire opgesloten in een liftkooi, hilarisch:

Live met een behoorlijk bezielend nummer:

Hier een fantastisch voorbeeld hoe ze vanuit complete chaos geleidelijk overschakelen op een soort georkestreerde bende dolle muzikanten:

In deze live setting geeft deze bende echt een wat losgeslagen indruk. Ik moest meteen aan The Pogues denken, met een rijk instrumentarium en hier en daar onverwachte geluiden die op een bizarre manier een fantastisch geheel vormen. Op hun studioplaten gaat dat een beetje verloren door de productie wat een meer mainstream geluid oplevert. Dan klinken ze af en toe als Bruce Springsteen of Neil Young. Echt een aanrader!

Waris Dirie? Daris Dirie!

Wat is dat toch met de pers tegenwoordig? Ik kan nog begrijpen dat er wat drukte wordt gemaakt over het feit dat men een bekend persoon als Waris Dirie even niet weet te vinden. Er zou natuurlijk best iets aan de hand kunnen zijn dat niet zuiver op de graat is. Maar zelfs dan is het vooral een zaak van de overheidsdeinsten om daar mee bezig te zijn, niet meteen iets voor de kranten om daar veel over te schrijven. Want er is nauwelijks iets om over te schrijven.

Als de ‘vermiste’ persoon dan enkele dagen later terug opduikt, is wat mij betreft meteen de kous af. Het zijn toch niet mijn of uw zaken wat juffrouw Dirie die paar dagen heeft uitgespookt. Dat de politiediensten daar wellicht wat vragen bij hebben kan ik best volgen. Als juffrouw Dirie nadien in ‘eigen’ land een of ander verhaaltje opdist over een verkrachting en onbehouwen politiediensten, is dat niet bepaald leuk. Maar mij maakt het ondertussen niet veel meer uit wat dat mens of gelijk wie anders daar nog over verteld. Laat de politiediensten dat desnoods verder uitzoeken, maar val mij alstublief niet lastig met nog meer roddel en laster.

Kranten denken daar evenwel helemaal anders over. Na het compleet oninteressante verhaal van de “ruitenwasser van Dirie”, krijgen we vandaag het al even onbenullige relaas van de “taxichauffeur van Dirie”. De man heeft naakt naast de bevallige dame gelegen, maar geen vinger uitgestoken. Want ze was te dronken. Wie slikt zo’n halfbakken verzinsel? Wie kan zoiets nu serieus nemen? En wie is bereid dat soort nonsens te publiceren?

Groot, groter, grootst

De gewone man raakt het vertrouwen in de grootbanken stilaan kwijt. Dat blijkt uit een onderzoek. Waarom verwondert dat me hoegenaamd niet? Misschien omdat de redelijk kleine bank waar ik als tiener ben begonnen ondertussen al vier keer is overgenomen door steeds grotere banken. Daarbij is het steeds meer achteruit gegaan. Ik heb helemaal geen contact meer met de loketbedienden. Ik ken niemand meer bij de bank. Ik moet telkens mijn identiteitskaart laten zien omdat het personeel mij ook niet meer kent. Het kantoor om de hoek is verdwenen omdat de oude luitjes in onze buurt hun kapitaal allang elders hebben geposteerd. Een bezoek aan de bank wordt gewoon ontmoedigd omdat iedereen per se aan internetbankieren moet. Mij niet gezien. En ondertussen verandert mijn rekening elk jaar van naam, gewoon om weer eens wat extra te kunnen aanrekenen. En die banken denken dat we dat blijven pikken.

Bovenop dit alles komt nog eens de kern van het bankwezen. Daar draait het allemaal om geld. Vooral dan hoe veel geld nog meer geld kan worden, hoe een groot kapitaal een groter kapitaal kan worden. Of hoe een grote bank de grootste kan worden. Het uiteindelijk doel is de aandeelhouders nog rijker te maken. En dat allemaal op de rug van de werkende mens. Dat is nu eenmaal het economisch kapitalistisch systeem waarin we zitten. Dat zal vast wel wat voordelen bieden. Maar ik zie er vooral voor de rijken. Gelukkig zijn er nog democratische principes in dit land die het allemaal voor de gewone man leefbaar houden.

Banken, hoe minder ik ermee te maken heb, hoe liever. Dat is dan ook de reden waarom ik nog altijd bij die grootbank ben, ik haat geldzaken gewoon. Die hele rompslomp verhuizen zie ik simpelweg niet zitten. En die kleine banken zijn uiteindelijk ook uit op onze centen.