Archief voor januari, 2008

Vlaamse of artistieke Vlaamse strip?

Volgend jaar mag Vlaanderen de honneurs waarnemen op het stripfestival van Angoulême. Het Vlaams Fonds der Letteren (VFL) werkt al hard aan de voorbereidingen van deze uitgelezen kans om de Vlaamse strip op de kaart te zetten. Naast een ‘café zonder bier’ (maar met strips) en een ‘Tour de Flandre’ (doorheen de stad) komt er een tentoonstelling met als thema de ‘nieuwe generatie’. Daartoe behoren talenten als Olivier Schrauwen, Pieter De Poortere, Philip Paquet, Brecht Evens en Stedho.

Blijkbaar heeft het VFL al verschillende uitgeverijen gecontacteerd om enkele Vlaamse strips te vertalen en uit te geven buiten onze landsgrenzen. Laat ze maar alvast beginnen met Boerke van Pieter De Poortere, dan hoeven ze enkel de kaft te vertalen. Net zo met het woordenloze Nachtdieren van Brecht Evens of Ooievarken van de onvolprezen Stedho. Aan de Engelstalige strips van Philip Paquet zal het VFL nog het meeste werk hebben, want van Engels hebben de Fransen niet veel kaas gegeten.

Dat in het voorlopige lijstje uitsluitend namen zitten die al steun genieten van het VFL is ergens niet verrassend. Maar het geeft toch te denken over de werking van het VFL. Ofwel is het VFL echt overtuigd van het unieke talent van de auteurs die het steunt, ofwel kent men de Vlaamse stripauteurs onvoldoende. En wat is dan precies het uitgangspunt voor het thema ‘nieuwe generatie’? Moet het daarbij om quasi-literair of artistiek werk gaan? Want alles welbeschouwd zijn de hierboven genoemde strips geen kaskrakers. Dat ze hun verdienste hebben – de ene al meer dan de andere – staat buiten kijf. Maar met tentoonstelling van een selectie kunstzinnige strips gaan we het niet redden. Zijn we dan nog altijd vies van commercieel leefbaar werk? Als het erom gaat de Vlaamse strip in de zoeklichten te plaatsen, zouden de muurtjes tussen het commerciële en artistieke circuit niet overeind mogen blijven.

Uiteindelijk zal het met zo’n thema moeilijk anders kunnen. De stripauteurs die commercieel haalbaar werk leveren horen doorgaans niet (meer) tot de nieuwe generatie. Ik denk aan kleppers als Marvano, Griffo, Bosschaert of Steven Dupré. Ze zijn allemaal niet meer van de jongsten. De jongere generatie die aan succesreeksen werkt, doet dat al te vaak onder de naam van oude coryfeeën en beschouwt het artistieke werk als een luxe uitstapje. Hoe dan ook zal het VFL veel getalenteerde stripmakers links moeten laten liggen. Eerlijk gezegd zou ik niet in hun schoenen willen staan…

Advertenties

Humo zonder cover

Deze week nog niet veel tijd gehad om tijdschriften te lezen. Vandaag eindelijk de Humo eens vastgepakt. Vreemd genoeg ontbreekt de cover. Wellicht zijn de kinderen er al mee aan de haal? Knutselgerief is altijd welkom voor die creatieve gastjes.Nee, blijkt even later, Pixie heeft de cover verduisterd vanwege de onsmakelijke prent die erop staat. Deze week heeft Humo het over bijna dood ervaringen. Niets beter volgens tekenaar Jeroom om dat te illustreren dan Poe-beer die Knorretje tot moes klopt met een hamer. Mogen wij als ouders het weer eens gaan uitleggen, dat Humo om te lachen is. Ach, misschien moeten we het maar doen. Dan koopt de volgende generatie tenminste een beter blad. Dat niet om te lachen is, of waar je ternminste niet hoeft uit te leggen dat het maar om te lachen is. Geef mij liever echte humor.

Fog, in naam van de zoon

Fog, in naam van de zoon

De intelligente detectivereeks Fog wordt langzaamaan een klassieker. Roger Seiter schrijft behoorlijk intense verhalen waarin verschillende intriges door elkaar lopen. Je verveelt je met deze reeks geen moment. Je weet wel dat de verschillende personages vroeg of laat met elkaar te maken zullen hebben, maar Seiter kan de verhaallijnen tot in het laatste stuk mooi gescheiden houden. De historische achtergrond verweeft hij met kennis van zaken in zijn vertelling.
Tekenaar van dienst Cyril Bonin kan zijn karakters ontzettend goed typeren. Zelfs met dramatische perspectieven blijven de figuren herkenbaar. En dan die tekenstijl, gewoonweg uitmuntend. Bonin tekent erg precies, elke prent zit piekfijn in elkaar, alle verhoudingen kloppen. En de stijl zit ook goed. Een beetje een moderne variant van de art nouveau, met eerder hoekige krullen. Verbazend hoe het spontane effect overeind blijft in het eindresultaat. Een aanrader.

Kalender puur natuur

Rond de jaarwisseling worden allerlei kalenders her en der ongevraagd opgedrongen. Is het niet bij de Chinees om de hoek met amateuristische prenten op rijstpapier, dan wel zeker bij de garagist met een reeks oersaaie foto’s van vlotte bolides. Alsof die een plaatsje aan de muur waard zijn. Ook de jaarlijkse bijdrage van humo kan me zelden bekoren. De goedgemaakte foto’s van bv’s in geestige poses zijn best leuk om eens naar te kijken, maar een maand is wel lang.

Veel kalenders zijn ook behoorlijk groot ten opzichte van de kwaliteit. Ze denken allemaal wel de beste exemplaren aan te bieden. Geef mij dan maar de kleine praktische kalender die het drukkerscollectief De Wrikker aan zijn klanten aanbiedt. Het is een tafelmodel zodat het mooi past op je bureau, waar die kalender het meest van nut is. Aan de ene kant heb je een overzicht per week waar net genoeg plaats is om de belangrijkste zaken te noteren. De andere kant richt je vanzelfsprekend naar de klanten (of collega’s) die tegenover je zitten. Daarop vind je dit jaar voor elke maand een natuurfoto, gemaakt door fotografen van Natuurpunt, met een woordje uitleg. Het brengt alvast wat rust op mijn bureau.

Zo laat het drukkerscollectief op een mooie manier weten waar het voor staat. De natuur is nu eenmaal een centraal thema voor de drukkerij. Ze hanteren een verantwoord drukproces en geven de voorkeur aan gerecycleerd papier. Die ene keer dat ik het genoegen had met De Wrikker te werken, was ik al te spreken over de professionaliteit en vriendelijkheid. Met deze kalender bevestigen ze hun positieve aanpak en verzekeren ze zich van meer werk.

Apple lanceert ultradunne laptop

Grote verrassing tijdens de Keynote van Steve Jobs tijdens MacWorld 2008 was de voorstelling van een ultradunne laptop. Opvallend daarbij is de beslissing om het cd/dvd-station achterwege te laten. Daarmee zet Apple opnieuw de lijnen uit voor de toekomst van de computers. Bij de lancering van hun allereerste iMac (in 1998) besliste Apple al om het kleine diskettestation op te geven omdat die kleine bestanden toch via internet en e-mail uitgewisseld worden. Het leverde het computerbedrijf in eerste instantie heel wat kritiek op. Niet zo veel later bleek dat Apple weer een trend had gezet.

Nu doen ze die stunt over met het cd/dvd station. Het is ten slotte zowat het enige mechanische onderdeel in de moderne computers. En het moeilijkst om nog dunner te maken. Dus blijft het beter gewoon achterwege. Dat maakt de macBook Air erg dun en draagbaar. Het is nu al een succesartikel. De websites van Het Nieuwsblad en De Standaard organiseren al een wedstrijd waarmee je dit hebbeding kan winnen.

Maar er is meer dan deze uiterlijke pluspunten. Ook binnenin is deze nieuwste telg van Apple een machine die respect afdwingt. Zo blijkt deze laptop het meest groene toestel van Apple. Zoals beloofd na de greenmyapple campagne, weert het bedrijf in deze computer arsenicum uit het beeldscherm en pvs uit andere onderdelen. Ook giftige broomhoudende vlamvertragers blijven achterwege. Zelfs de kleine verpakking bestaat deels uit gerecycleerd materiaal. Greenpeace looft de computerfabrikant voor de gemaakte vorderingen, maar laat toch merken dat er nog werk aan de winkel is.

Groene hype op autosalon

Voor het eerst heeft het autosalon een centraal thema. Rarara, wat zou het zijn? Ja hoor, het milieu! Vreemd toch hoe een verfoeid thema als het milieu de laatste tijd als een echte hype de industrie beheerst. Bijna elke autoconstructeur wil zich tegenwoordig een groen imago aanmeten. Gewoon omdat ze vermoeden dat de publieke opinie dat vraagt. Als je de doorsnee consument hoort, of zelfs maar even in gedachte voorstelt, weet je meteen dat die zich allerminst om het milieu bekommert. Voor de koper gaat het bij een auto om status, prijs, comfort en zuinigheid, en waarschijnlijk zelfs in die volgorde. Het milieu komt doorgaans zelfs niet ter sprake. Dat is misschien jammer, maar zo is het nu eenmaal.

De autoindustrie ligt onder vuur bij milieuorganisaties als Greenpeace en BBLV die het groene imago van het autosalon compleet ongeloofwaardig vinden. Zo gaat het grootste deel van de reclamebudgetten nog steeds naar de grote verslinders als stadsjeeps en sportwagens. En de laatste jaren zijn nauwelijks inspanningen geleverd om auto’s te verbeteren of zelfs maar te voldoen aan de klimaatbeloftes die de industrie 10 jaar geleden deed. Tegenwoordig verkondigen de constructeurs her en der hun groene verhaal, maar achter de schermen verhogen ze de druk op bewindslui als Sarkozy en Merkel om de Europese regelgeving af te zwakken.

Autofabrikanten weerleggen deze kritiek omdat blikvangers als de ‘Hummer’ (en vrouwelijk schoon) het volk naar het salon trekken, maar dat volk koopt vervolgens de kleinere “milieuvriendelijke” wagens. Met zo’n redenering zou je haast gaan geloven dat de consument werkelijk milieubewust is geworden. Niets is minder waar. Die kleine auto’s zijn alleen maar minder vervuilend omdat ze minder wegen, met een kleinere motor toekomen en dus minder verbruiken. Ze verkopen beter omdat ze goedkoper zijn. En die twee zaken staan los van elkaar. Wellicht kunnen die kleine wagens nog veel efficiënter gebouwd worden, maar dan worden ze duurder. En dat ligt dan weer moeilijk.

Een zichzelf respecterende sector moet net in de dure wagens de nodige investeringen pompen om betere technologiën te ontwikkelen die dan in de kleinere modellen kan ingebouwd worden. Het cliënteel zal die meerprijs zonder probleem willen betalen. Status mag wel wat geld kosten, zelfs als die status een groen randje krijgt.

Drie fijne tips voor kinderlozen, huh?

Vandaag heb ik me haast in mijn koffie verslikt. Gelukkig was ik net geen koffie aan het drinken bij het lezen van dit stukje in Het Nieuwsblad:

Drie fijne tips voor kinderlozen

  1. Draag altijd een foto van een kind in erbarmelijke omstandigheden met je mee. De volgende keer dat er in de supermarkt een kind aan het jengelen is, druk je de foto onder zijn neus en zeg je: Denk je dat dit kind om een snoepje zeurt?
  2. Wil je geen kinderoppas spelen? Zeg tegen het kind dat je onlangs een lekker orgasme hebt gehad. Het kind vraagt onvermijdelijk wat het is en jij antwoordt gewoon: Dat moet je maar aan papa en mama vragen als ze terug thuis zijn.
  3. Geen zin om een sprookje voor te lezen? Vraag het kind of het weet hoe het afloopt. Het kind zegt Ze leefden nog lang en gelukkig. Je knikt en slaat het boek weer dicht.

Let wel, dit is een kaderstukje in de krant bij een stuk over een taboedoorbrekend boek. In dat anti-kindboek pleiten Camiel de Vries en Hanna de Heus voor kinderloze mannen en vrouwen. Ze halen daarin een heleboel redenen aan waarom je beter geen kinderen hebt. Het doel is om kinderloze koppels een hart onder te riem te steken. Om kinderloosheid aanvaardbaar te maken. Dat is allemaal goed en wel. Iedereen heeft het recht op een eigen mening en een eigen levensvisie. Uiteindelijk zijn er best zinvolle redenen te bedenken om geen kinderen te hebben of wensen. Net zoals er zinvolle redenenen zijn om ze wel te wensen. In de krant worden tien redenen gegeven waarom kinderen niet leuk zijn. Als je die met wat relativereing en humor bekijkt, zijn die best te doen. Er wordt sterk in overdreven, maar in een boek kan dat wel. Je kan kiezen om het boek niet te lezen.

In de krant worden de bovenstaande drie tips zonder enige duiding gepubliceerd. Dan denk ik meteen dat deze populaire gezinskrant daar net zo over denkt. Het woord ‘fijne’ wordt niet tussen aanhalingstekens geplaatst om duidelijk te maken dat het de mening van de auteurs is. Dat wordt er overigens nergens bij vermeld. Dan kunnen we alleen maar besluiten dat het de mening van de krant is. Zware kemel als je het mij vraagt.

Waarom deze groffe, beledigende en opruiende tips niet duidelijk plaatsen als uitspraken van de auteurs en dan oproepen om op het forum van Het Nieuwsblad te reageren. Dan geef je als krant toch aan dat je het er niet noodzakelijk mee eens bent. Dan neem je tenminste een standpunt in. Je biedt meteen een froum aan waarin hierover kan gediscussieerd worden. Zelfs commercieel heeft dat zin. Dan lok je heel wat mensen naar je website. Kassa, kassa. Tweede zware kemel dus.