In de kast geraakt het oude Minolta reflextoestel stilaan bedolven onder een dikke laag stof. Sinds de komst van de digitale fotografie met het gebruiksgemak en alle fantastische mogelijkheden die daarmee gepaard gaan, kijkt er niemand nog om naar dat goede ouderwetse fototoestel. Het komt er gewoon niet meer van. Nochtans zit er een goed objectief op en kochten we lang geleden een extra objectief om lekker dichtbij te zoomen met de bedoeling National Geographic foto’s te maken. Sinds Sony een eigen digitaal reflextoestel in het gamma heeft, waar die objectieven op passen, hou ik de prijzen een beetje in de gaten.
Ondertussen kost de Sony DSLR-A100KB ongeveer 600 euro. Dat komt stilaan in de buurt van mijn budget. Zeker als je bedenkt dat een body alleen wellicht nog wat goedkoper is, je hoeft er dan per slot van rekening het objectief niet bij te betalen. Die prijzen blijken niet zo gemakkelijk te vinden. Onder de reflexfotografie vallen maar enkele producten onder de prijs van mijn uitverkoren sony. Tot ik plots ontdek dat de body, zonder objectief dus, méér kost dan het toestel mét objectief.
< 
600 euro < 680 euro
Dat is toch de wereld op zijn kop. Hoe kunnen we zo als consument de afvalberg verkleinen. Dat kost in dit geval tachtig euro extra! En we krijgen er minder voor. Is dat het resultaat van twee eeuwen kapitalisme en economische evolutie?
